De verhoging van de btw op logies maakt vakanties in Nederland duurder en dat is inmiddels zichtbaar in het boekingsgedrag. Door hogere kosten kiezen vakantiegangers vaker voor alternatieven over de grens.
Als deze trend doorzet, dreigt Nederland als toeristische attractie verder terrein te verliezen aan buitenlandse bestemmingen. Een gelijker speelveld kan helpen om die ontwikkeling af te remmen.
Nederland verliest terrein als vakantiebestemming
De btw-verhoging op logies van 9 procent naar 21 procent maakt vakanties in Nederland duurder en dat is zichtbaar in het boekingsgedrag. Volgens dagblad De Gelderlander liggen de boekingen vanuit Duitsland bij Landal momenteel 50 procent lager dan een jaar geleden. Duitsers vertegenwoordigen ongeveer een kwart van de verhuuromzet van het bedrijf. Hiswa-Recron meldde eerder dat 10 tot 20 procent minder Duitsers naar Nederlandse vakantieparken komen. Vooral kustlocaties, grensregio’s en het hogere segment merken de terugval. Duitsers zijn met 7,4 miljoen verblijfsgasten de grootste groep buitenlandse toeristen in Nederland.
De hogere prijzen door de btw komen bovenop andere kostenstijgingen waar Nederlandse horecaondernemers mee te maken hebben. Zo zijn de loonkosten in de horeca sinds 2020 met 25 procent toegenomen en lag de toeristenbelasting in 2025 gemiddeld 31,4 procent hoger dan in 2021. Tegelijkertijd blijven investeringen in kwaliteit, verduurzaming en vernieuwing nodig om aantrekkelijk te blijven voor gasten.
Nederland wordt hierdoor relatief duurder dan buurlanden als Duitsland en België, waar lagere btw-tarieven gelden. Ook Nederlandse consumenten worden prijsgevoeliger. Zij kiezen vaker voor een korter verblijf of besparen op extra uitgaven, zoals horeca. Als deze trend doorzet, wordt vakantie in Nederland voor steeds meer huishoudens te duur en kiezen zij naar verwachting vaker voor buitenlandse bestemmingen of accommodaties net over de grens.
Een oplossing begint bij een gelijker speelveld
Een herziening van het btw-tarief door de landelijke politiek kan helpen om de concurrentiepositie van Nederlandse ondernemers te versterken. Ook gemeenten kunnen bijdragen door kritisch te kijken naar lokale lasten, zoals toeristen- en parkeerbelastingen. Ondernemers kunnen daarnaast zelf sturen op scherpere arrangementen, meer kwaliteit en beleving en regionale samenwerking.